Wanneer je internetdiensten afneemt in een datacenter, komt vroeg of laat de vraag voorbij: wil je PA- of PI-adressengebruiken? Deze afkortingen klinken technisch, maar het verschil heeft belangrijke gevolgen voor eigendom, flexibiliteit en afhankelijkheid van je provider.
Wat betekenen PA en PI?
De afkortingen PA en PI staan voor:
- PA (Provider Aggregatable) – IP-adressen die eigendom zijn van je internetprovider.
- PI (Provider Independent) – IP-adressen die eigendom zijn van jou als organisatie, uitgegeven via RIPE NCC(de Europese internetregistratieautoriteit).
Beide typen adressen worden gebruikt om netwerken en servers op het internet bereikbaar te maken, maar ze verschillen in wie het beheer voert en hoe makkelijk ze te verhuizen zijn tussen providers.
PA-adressen: handig, maar gebonden aan één provider
Bij een PA-blok levert de provider een reeks IP-adressen uit zijn eigen adresruimte.
Deze adressen zijn eenvoudig te activeren en worden meestal standaard meegeleverd bij internetdiensten.
Voordelen van PA-adressen:
- Snel en eenvoudig te verkrijgen via je provider.
- Vaak inbegrepen bij je internetdienst.
- Minder administratieve overhead.
Nadelen van PA-adressen:
- Je kunt ze niet meenemen als je van provider verandert.
- DNS- en routerconfiguraties moeten opnieuw worden ingesteld bij migratie.
- Minder controle over routing en adresbeheer.
Met PA-adressen ben je dus afhankelijk van je provider, wat bij langdurige contracten geen probleem hoeft te zijn, maar voor grotere organisaties minder wenselijk kan zijn.
PI-adressen: onafhankelijkheid en flexibiliteit
PI-adressen zijn daarentegen eigen adressen die op naam van jouw organisatie worden geregistreerd bij RIPE.
Ze zijn niet gekoppeld aan één provider en kunnen dus met je meegaan als je van netwerkpartner verandert.
Voordelen van PI-adressen:
- Volledige onafhankelijkheid van providers.
- Makkelijker bij multisite- of multihoming-architecturen.
- Geschikt voor organisaties met meerdere datacenterlocaties of eigen ASN.
- Blijven eigendom van je organisatie, ook bij providerwissel.
Nadelen van PI-adressen:
- Er zijn jaarlijkse RIPE-bijdragen of LIR-kosten.
- Beheer en routering vragen technische kennis.
- Niet elke provider ondersteunt PI-blokken standaard.
PI-adressen zijn dus vooral interessant voor organisaties die waarde hechten aan controle, continuïteit en provider-onafhankelijkheid.
Wanneer kies je wat?
- Kies voor PA-adressen als je slechts één datacenterlocatie hebt, beperkte technische capaciteit, of wanneer eenvoud belangrijker is dan onafhankelijkheid.
- Kies voor PI-adressen als je meerdere providers gebruikt, een eigen ASN beheert of maximale controle wilt over IP-routing en adresbeheer.
Samenvattend
| Eigenschap | PA (Provider Aggregatable) | PI (Provider Independent) |
|---|---|---|
| Eigendom | Provider | Klant / organisatie |
| Meeneembaar bij providerwissel | ❌ Nee | ✅ Ja |
| RIPE-registratie op eigen naam | ❌ Nee | ✅ Ja |
| Geschikt voor multihoming | ⚠️ Beperkt | ✅ Ja |
| Beheercomplexiteit | Laag | Hoog |
Tip
Vraag altijd na bij je datacenter of internetprovider welk type IP-adressen wordt geleverd en of er ondersteuning is voor IPv6.
In moderne netwerken is een combinatie van PI IPv4 en PI IPv6 vaak de beste keuze voor langdurige flexibiliteit.