In datacenters worden verschillende termen gebruikt om verbindingen tussen racks, klanten en locaties te beschrijven. Begrippen als Cross Connect, Inhouse Patch, Metro Connect en LOA komen daarbij regelmatig terug. Hoewel ze nauw met elkaar verbonden zijn, hebben ze elk een eigen betekenis en toepassing. In dit artikel leggen we uit wat deze termen inhouden en hoe ze zich tot elkaar verhouden.
Cross Connect
Een Cross Connect is een fysieke verbinding binnen een datacenter tussen twee partijen. Het kan gaan om een glasvezel- of koperkabel die bijvoorbeeld de apparatuur van een klant verbindt met die van een internetprovider, carrier of cloudprovider die in hetzelfde datacenter aanwezig is.
Een Cross Connect biedt een directe, veilige en snelle verbinding zonder dat het verkeer via het publieke internet hoeft te lopen. Het aanleggen en beheren van deze verbinding gebeurt doorgaans door de datacenterexploitant. Cross Connects zijn een essentieel onderdeel van de connectiviteitsstructuur van moderne datacenters.
Inhouse Patch
De term Inhouse Patch wordt vaak gebruikt voor interne verbindingen binnen hetzelfde datacenter, meestal over korte afstand. Denk aan verbindingen tussen racks op dezelfde verdieping of binnen dezelfde meet-me-room (MMR).
Sommige datacenters gebruiken de term Inhouse Patch als een praktische variant van Cross Connect. In dat geval verwijst de Cross Connect naar de fysieke verbinding zelf, terwijl Inhouse Patch meer de operationele dienst aanduidt waarmee deze verbinding wordt gerealiseerd. In beide gevallen gaat het om interne verbindingen die volledig binnen één datacenter plaatsvinden.
Metro Connect
Een Metro Connect is een verbinding tussen twee of meer datacenters binnen dezelfde metropoolregio. Waar een Cross Connect beperkt blijft tot één locatie, verbindt een Metro Connect meerdere locaties via een glasvezelnetwerk.
Deze verbindingen worden vaak gebruikt voor:
- Redundantie en failover – het spreiden van IT-infrastructuur over meerdere datacenters
- Datadistributie – replicatie of synchronisatie tussen locaties
- Interconnectiviteit – toegang tot providers of cloudplatformen in een ander datacenter
Metro Connects worden meestal geleverd door carriers of door de datacenteroperator zelf, die verschillende eigen locaties in een regio met elkaar verbindt.
LOA (Letter of Authorization)
Een LOA – Letter of Authorization – is een document waarmee een partij toestemming geeft om een verbinding te laten leggen naar zijn apparatuur. Bijvoorbeeld: een netwerkprovider geeft een LOA af zodat het datacenter een Cross Connect mag aanleggen tussen de klant en de apparatuur van die provider.
De LOA fungeert als een autorisatiebewijs en voorkomt dat onbevoegde verbindingen worden gemaakt. Zonder geldige LOA zal een datacenter doorgaans geen fysieke aansluiting uitvoeren.
Samenhang tussen de termen
De vier begrippen zijn nauw met elkaar verbonden en vormen samen het proces waarmee connectiviteit binnen en tussen datacenters tot stand komt:
- LOA – geeft toestemming voor het leggen van de verbinding
- Inhouse Patch – interne verbinding binnen één ruimte of meet-me-room
- Cross Connect – fysieke verbinding binnen één datacenter
- Metro Connect – verbinding tussen verschillende datacenters in dezelfde regio
Kort samengevat:
Een LOA autoriseert de aanleg van een Cross Connect of Inhouse Patch binnen een datacenter, terwijl een Metro Connect diezelfde vorm van connectiviteit uitbreidt naar meerdere locaties.
Gerelateerde artikelen
- Internet in het datacenter: waar moet je op letten als klant
- Wat is een goede SLA voor internetdiensten?
Conclusie
Cross Connects, Inhouse Patches, Metro Connects en LOA’s zijn fundamentele bouwstenen van datacenterconnectiviteit. Ze zorgen ervoor dat klanten, providers en platforms efficiënt en veilig met elkaar kunnen worden verbonden, of dat nu binnen één datacenter is of over meerdere locaties binnen een metropoolregio.